Vakantie 2017 | Dag 4: dierentuin, Oliwa, Westerplatte en vuurtoren.

Vandaag het vakantieverslag van dag 4. We hebben op deze dag de dierentuin van Gdansk bezocht, het Oliwa-park (spreek uit als ‘Oliva’) met de kathedraal, de Westerplatte en de vuurtoren Nowy Port. Aan de hand van de foto’s vertel ik weer van alles over onze dag!

Na ons ontbijt, dat we bij de supermarkt hadden gekocht, zijn we met de auto naar de dierentuin gereden. De ingang van iedere dierentuin die ik tot nu toe in Polen heb gezien, ziet er ongeveer zo uit als op de foto: totaal niet inspirerend. Je betaalt trouwens ook steeds een bedrag van tussen de €4 en €6,50 per persoon. We hadden niet echt hoge verwachtingen van de dierentuin van Gdansk, al vertelde ons reisgidsje ons dat het de mooiste dierentuin van Polen is. Dat vonden wij trouwens niet achteraf. Het was wel een mooie dierentuin, niet zo groot, maar ook niet heel speciaal. Ik krijg wel eens vragen van mensen waarom we in vredesnaam in het buitenland dierentuinen bezoeken. Wij houden gewoon heel erg van dieren en dierentuinen bezoeken en vinden het leuk om dit op zoveel mogelijk plaatsen te doen. Iemand anders vindt het weer leuk om overal make-up te kopen – ik noem maar iets – en dit vinden wij leuk. Zodoende!

Er zaten in het olifantenhok een Afrikaanse en een Aziatische olifant bij elkaar. Dat hadden we nog nooit gezien. // Er was ook een kleine vlindertuin, die zie je rechts.

We hadden heel veel foto’s, maar ik heb er gewoon een aantal uitgekozen om een indruk te geven van de dierentuin. In Gdansk hadden ze niet echt hun best gedaan om sommige hokken ‘aan te kleden’ en eruit te laten zien als het leefgebied van het dier. De zebra’s en giraffen stonden bijvoorbeeld gewoon in een weiland. // De dwergnijlpaarden en tapirs zaten naast elkaar, gezellig. Deze zaten trouwens heel ver weg, deze foto is enorm ingezoomd.

In alle dierentuinen die ik heb gezien in Polen – Gdansk, Warschau en Krakau – staat bij de shetlandpony’s een bordje ‘dit zijn gevaarlijke dieren, pas op.’ Haha. Ze zitten bij ons überhaupt niet in een dierentuin, en als ze er al zijn wonen ze in de kinderboerderij. Dit vond ik dus wel grappig. // Er was een groot vogelhuis met allerlei soorten vogels, erg leuk.

De leeuw moest binnen blijven want zijn hok werd schoongemaakt. Daar was hij het absoluut niet mee eens (wel begrijpelijk overigens, want dit hok was best klein). Je ziet het ook aan de deur, die is half kaal getrapt. Dit is trouwens een Angolese leeuw, waarvan mensen dachten dat ‘ie is uitgestorven, maar waarvan er nog wel een paar exemplaren blijken te bestaan. Wel tof om te zien. // Ik ging de kea van dichtbij bekijken.

Hele schattige aapjes ❤ // Jonge hertjes. Er waren sowieso veel jonge dieren, erg leuk!

De eland zat letterlijk zo dichtbij (achter het hek, uiteraard) zoals je ‘m op de foto ziet. Niet ingezoomd dus. Erg tof! // Er waren ook twee manenwolven. Die heeft Blijdorp ook, maar daar zie je ze bijna nooit goed.

Na ons bezoek aan de dierentuin hebben we de auto geparkeerd bij een supermarkt bij het Oliwa park. Hier hebben we in het park geluncht en daarna hebben we de Oliwa-kathedraal bezocht. Een aanrader, je hoeft niets te betalen en de kerk is werkelijk schitterend.

 

Zoals ik al zei: supermooie kathedraal! Het orgel ging ook nog spelen toen we er waren, dat was heel indrukwekkend. Wat een mooi geluid! Het orgel is sowieso bijzonder, aan de zijkanten zitten de orgelpijpen in de orgelkast en in het midden wordt het onderbroken door een raam. Zoiets heb ik nog nooit gezien.
De laatste foto is van een klein museum dat zich bevindt in het voormalige klooster, dat aan de kathedraal vast zit. Je kan hier voor een vrijwillige gift naar binnen. Er zijn nog wat oude kloosterzalen die je kunt bekijken en heel veel oude muurschilderingen en fresco’s. Erg tof.

  

We hebben na ons bezoek aan de kathedraal nog wat rondgelopen door het park, wat erg mooi is. We zijn vervolgens met de auto naar de Westerplatte gereden. Dit is helemaal aan de andere kant van de stad, in de moderne haven die uitkijkt op de Baltische Zee. Hier staan nog een aantal oude bunkers, waarvan je er één links ziet. Als je een stukje verder loopt zie je een enorm monument op een heuvel. Dit is het monument ter nagedachtenis aan de eerste slag van de Tweede Wereldoorlog, die hier heeft plaatsgevonden. (Hieronder op de foto)

Op 1 september 1939 en de dagen erna heeft een klein groepje van slechts ongeveer 200 Polen weerstand proberen te bieden aan de Duitsers, die op dit punt vanaf het land en vanaf de zee Polen binnenvielen. Helaas kwam het heel onverwachts en dus kon Polen zich eigenlijk nauwelijks verdedigen. Het is heel bijzonder om op deze plek te zijn en je te bedenken dat hier de Tweede Wereldoorlog is begonnen. Beneden staat heel groot geschreven, in het Pools, ‘Nooit meer oorlog.’ Een hele bizarre plaats om te zijn. Als je in Polen bent zie je sowieso nog veel sporen van de Tweede Wereldoorlog. In Polen is het begonnen en er is sowieso heel veel gevochten en veel ellende geweest. Overal zie je nog restanten daarvan. Heel indrukwekkend.

 

Aan de overkant van het water bevindt zich een oude vuurtoren. Als je een klein stukje met de auto rijdt – je kunt door een tunnel naar de overkant – ben je er in zo’n 20 minuten. We hebben deze vuurtoren beklommen. Op de tweede foto zie je mij naar buiten kijken door het venster waar de tekst die op de derde foto staat bij hoort. Vanuit dit venster zijn op 1 september 1939 om 4.45 uur ’s ochtends de eerste twee schoten van de Tweede Wereldoorlog afgeschoten. Hier begon de oorlog dus echt, deze dag en de dagen erna was de slag op de Westerplatte. Een aantal Duitsers viel onverwachts de vuurtoren aan en schoot vanaf daar in de richting van de Westerplatte, aan de overkant van de haven. Het gevoel dat je hebt als je op deze vuurtoren bent is lastig te omschrijven, het is heel bizar om je te bedenken dat zo’n gigantische oorlog met zoveel slachtoffers (totaal 55 miljoen mensen!) hier begonnen is, in een eenvoudige vuurtoren.

Je kon ook naar buiten hier, maar dat durfde ik natuurlijk weer eens niet. Daarom heb ik vanaf binnen wat foto’s gemaakt, ook mooi. Je kijkt hier dus op de Baltische Zee. Aan de andere kant van de vuurtoren is de Westerplatte te zien. Johan is ook nog naar boven geweest om de lamp van de vuurtoren te bekijken.

Na dit indrukwekkende bezoek zijn we teruggegaan naar de stad om te eten, dit deden we bij het Holland Huis (ik verzin dit ook niet). Ik zie dat ik alleen foto’s heb van mijn eten. Ik had vissoep en vlees met patat en salade. Erg lekker!

Na het eten hebben we zoals iedere avond naar de straatmuzikanten geluisterd en daarna zijn we naar het hotel gereden. Binnenkort het verslag van dag 5 van onze vakantie, toen zijn we naar Malbork geweest. Dit is het grootste bakstenen kasteel ter wereld!

 

 

Review boek twaalf | De man die tweehonderd keer ontsnapte.

Het twaalfde boek dat ik dit jaar las was De man die tweehonderd keer ontsnapte van Horace Greasley & Ken Scott. Het is een waargebeurd verhaal over Horace Greasley, die in de Tweede Wereldoorlog in een kamp terechtkwam en de liefde van zijn leven ontmoette. Vandaag vertel ik je wat ik van het boek vind!

Waar gaat het boek over?
Horace is pas twintig als Hitler in 1939 Tsjechoslowakije en Polen bezet. Hij neemt dienst in het Engelse leger en wordt in mei 1940 gevangengenomen. Na een dodenmars van tien weken door Frankrijk en België volgt een gruwelijke treinreis naar een Duits werkkamp in Polen. Uitgeput en ondervoed ontmoet Horace de zeventienjarige tolk Rosa uit Silezië en hij wordt meteen verliefd. Hij wil dolgraag ontsnappen maar het kamp ligt zo geïsoleerd dat dat geen enkele zin heeft. Om toch bij zijn geliefde Rosa te kunnen zijn, breekt hij uit – soms twee, drie keer per week – waarna hij noodgedwongen weer terugkeert naar zijn barak. Keer op keer tart Horace het noodlot uit naam van de liefde. 

Dit boek is gebaseerd op een nog niet eerder verteld, waargebeurd verhaal; op basis van ooggetuigenverslagen en meer dan honderd uur interviews. Het is een getuigenis over oorlogsgeweld, heldenmoed, en hoe liefde kan bloeien in de meest onmogelijke situaties.
Horace Greasley bracht vijf jaar van zijn leven door in krijgsgevangenschap. Op 89-jarige leeftijd besloot hij zijn oorlogservaringen te publiceren. De Engelse auteur Ken Scott hielp hem daarbij. In 2010 overleed Horace Greasley, 91 jaar oud.

Wat vond ik van het boek? 
Omdat het een waargebeurd oorlogsverhaal is, leest het al heel anders dan wanneer je weet dat het fictie is. Ik werd vanaf het begin gelijk meegenomen in het ongelooflijke verhaal van Horace. Hij kan goed vertellen en het verhaal is mooi opgeschreven. Het is niet geromantiseerd, je hoeft echt geen klef liefdesverhaal te verwachten. Het is rauw, wreed en grof, zoals de oorlog was. Het verhaal treedt soms in details die je misschien liever niet had willen weten over de Tweede Wereldoorlog, maar dit maakt het wel echt en het laat je ook beseffen hoe vreselijk het is geweest. Het boek is er zeker beter door geworden. Gedurende het verhaal ben ik echt gaan houden van de hoofdpersonen (ik wilde schrijven ‘personages’, maar dat klinkt alsof het fictie is en dat is het niet), je leeft met ze mee en gaat de nazi’s en hun wreedheden net zo haten als de soldaten.

Het liefdesverhaal van Rosa en Horace is ongelooflijk. Ik kon soms bijna niet geloven wat ik las, niet alleen over de omstandigheden gedurende hun dodenmars, hun uitputtende werk en de wreedheden in het kamp, maar vooral het liefdesverhaal waar dit verhaal voor een groot deel om draait, is bijna niet te bevatten. Telkens weer zet Horace zijn leven op het spel omdat hij zo graag bij Rosa wil zijn. Hij riskeert daarmee ook het leven van Rosa en ook van andere kampleden.

Ondanks dat je weet dat Horace de oorlog overleeft – hij heeft immers zelf zijn verhaal vertelt aan Ken Scott – is het tot het einde toe spannend. Soms spant het erom of Horace en zijn vrienden het wel gaan halen en ze beleven de meest ongelooflijke en onwaarschijnlijke dingen. Eromheen worden de geschiedenis van de mensen uit Silezië en het verloop en ook de afloop en nasleep (bijvoorbeeld hoe de Russen omgingen met de bewoners van Praag, ze waren geen haar beter dan de Duitsers!) van de Tweede Wereldoorlog goed en helder uiteengezet. Het is fijn dat beide kanten van het verhaal, zowel dat van de Duitsers en de bevolking als dat van de Joden en kampbewoners, wordt verteld. Hoe het precies afloopt met Horace en Rosa ga ik natuurlijk niet vertellen, het is mooier om zelf het verhaal te lezen. Nu ik over een aantal weken Auschwitz hoop te bezoeken (hier heeft Horace overigens niet gezeten) ben ik me nog wat meer aan het verdiepen in de verhalen van de mensen. De Tweede Wereldoorlog heeft de grote lijnen die verschrikkelijk zijn en blijven, maar als je je verdiept in de verhalen van eenvoudige mensen zoals Horace, die vaak al op zeer jonge leeftijd ongewild bij de oorlog betrokken raakten, dan komt het nog dichterbij en besef je dat het heel mooi is dat wij in vrede leven én dat we er absoluut voor moeten zorgen dat zulke wreedheden niet meer voor zullen komen – wat helaas in sommige landen wel degelijk nog plaatsvindt… Iets om bij stil te staan.

Ik vind dit boek een absolute aanrader voor wie houdt van rauwe, echte liefdesverhalen in onmogelijke omstandigheden. Je moet wel tegen wat lompheid en grove taal kunnen, maar dat past het verhaal en de situatie.

 

Filmreview | The Zookeeper’s Wife.

Afgelopen maandag gingen Johan en ik, op Johans laatste vakantiedag, naar de bioscoop voor de film The Zookeeper’s Wife. We hadden ergens iets over deze film gelezen en waren wel benieuwd. Het verhaal speelt zich namelijk af in de dierentuin van Warschau, en die gaan we deze zomer als het goed is bezoeken.

Waar gaat de film over? 
Na het bekijken van de trailer heb je al een hele goede indruk van waar de film over gaat. Deze film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal over de Poolse vrouw Antonina en haar man Jan Zabinski. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wisten zij ongeveer 300 Joden te redden uit de handen van de Nazi’s, door hen onder te laten duiken in hun dierentuin. Er wordt verteld over het gezin, maar ook over de oorlog in de stad Warschau, het wel en wee van het leven in een dierentuin, het leven van de dieren en de tijdelijke Joodse bewoners.

De film is een verfilming van het gelijknamige boek, dat in Nederland verscheen met de titel Antonina’s Dierentuin van Diane Ackerman. Zij baseerde haar boek op de archieven en dagboeken van Antonina Zabinski.

Wat vond ik van de film? 
Als je niet tegen heftige films kunt: niet gaan. Als je niet van oorlogsfilms houdt: ook niet gaan. Ik kan aan deze film maar één klein nadeel bedenken en dat is, zoals we al gelezen hadden, dat de hele film in het Engels is (want het is een Amerikaanse film, hoewel veel acteurs Pools zijn) en dat de acteurs spreken met een Pools accent dat een beetje nep aanvoelt. Hier wen je echter in zo’n 10 minuten wel aan vind ik en dan is het niet meer storend. Los van dit mini-nadeel vond ik het een fantastische film. Hij was erg heftig, het verwoestende aspect van de oorlog in Polen en dan in dit geval in Warschau werd heel treffend en heftig in beeld gebracht. Ik moest meerdere keren een beetje huilen (maar ik huil nogal snel bij films, hoor).

Er wordt veel aandacht besteedt aan de dieren in de zoo en de liefde waarmee Jan en Antonina de dieren verzorgen. De dierentuin heeft ontzettend geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Eerst werd Warschau gebombardeerd en daarbij zijn al veel dieren omgekomen. Daarnaast zijn er een flink aantal dieren in de winter doodgeschoten omdat de Duitsers vonden dat ‘ze de winter toch niet zouden doorkomen’ en werden de mooiste dieren meegenomen door Lutz Heck, de Duitse directeur van de dierentuin in Berlijn. Hij zou ‘voor de dieren zorgen’ tijdens de oorlog en ze na de oorlog weer terugbrengen. Dit ging helaas niet door, want ook de dierentuin van Berlijn is gebombardeerd in de oorlog. De zoo van Warschau bestaat, net als de zoo van Berlijn, nog steeds – na de oorlog zijn beide dierentuinen weer opgebouwd. De rol van Lutz Heck vond ik ook erg indrukwekkend. Jan en Antonina moeten noodgedwongen met hem – een nazi-officier – samenwerken omdat ze anders waarschijnlijk hun dierentuin verliezen. Ondertussen herbergen ze met gevaar voor eigen leven een flink aantal Joden in de lege dierenverblijven bij hun huis. Uiteindelijk hebben zowel Jan als Antonina als vrijwel alle Joden – op twee na – de oorlog overleefd.

Het is een heel bijzondere film. Erg heftig, maar ook heel mooi. Het berust zeker voor het grootste gedeelte op de waarheid en dat maakt dat de film nog meer raakt. Ik ben benieuwd of we deze zomer nog iets terug kunnen vinden van Jan en Antonina in de dierentuin van Warschau. Ik vind de film een hele grote aanrader, echt indrukwekkend!

Review boek twee | De baby’s van Mauthausen.

Het tweede boek van dit jaar is uit. Het is een heel ander soort boek dan Illusie, het boek dat ik als eerste las. De titel van het boek zegt eigenlijk al een beetje wat voor soort boek het is. De baby’s van Mauthausen is een boek over de Tweede Wereldoorlog. Ik zeg wel eens dat ik daar al genoeg over heb gehoord en genoeg over weet doordat je daar op school heel veel over leert – wat overigens heel goed is! Zeker nu de generatie die de oorlog heeft meegemaakt bijna verdwenen is – en tijdens mijn studie en daarna tijdens mijn stage heb ik er ook veel over verteld aan mijn leerlingen. Toch koop ik zo nu en dan nog boeken over de oorlog, als het verhalen zijn die me aanspreken en/of anders zijn dan wat ik al eerder heb gelezen. De baby’s van Mauthausen is voor mij zo’n boek.

image-2017-01-27-8

Waar gaat het boek over?
Het boek vertelt het verhaal van drie zwangere Joodse vrouwen die tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz belanden. Ze kunnen alleen overleven door keihard te werken en hun zwangerschap te verbergen. Tijdens een massatransport naar kamp Mauthausen – aan het einde van de oorlog, als de bevrijding van Auschwitz vlakbij is – sterven de helft van de vrouwen die tot dan toe dapper in leven waren gebleven. Priska, Rachel en Anka bevallen onderweg of vlak na aankomst alle drie van een kind. Ze zijn dan nog niet van elkaars bestaan op de hoogte. De kinderen komen lang na de oorlog, bij de 65e herdenking van de bevrijding van kamp Mauthausen, pas met elkaar in aanraking. De moeders zijn tijdens en na de oorlog niet van elkaars bestaan op de hoogte geweest, op één moeder na die nog leefde toen de kinderen elkaar ontmoetten.

Wat vond ik van het boek? 
Het is een ontzettend aangrijpend verhaal, zoals eigenlijk alle verhalen over de Tweede Wereldoorlog. Ik heb talloze dingen over de oorlog gelezen, maar ook dit verhaal greep me erg aan. Het is als een soort biografie van de drie vrouwen geschreven. Ze krijgen in het begin van het boek alle drie een apart gedeelte, waarin hun leven voor de oorlog wordt beschreven. Vervolgens gaat het boek verder bij de aankomst in Auschwitz, waar de drie vrouwen terecht komen tegen het einde van de oorlog. Hiervoor hebben ze al in getto’s verschrikkelijke dingen meegemaakt en één van de vrouwen heeft een lange tijd in Theresienstadt doorgebracht (in dit gedeelte van het boek stonden veel herkenbare beschrijvingen, die ik herkende van mijn bezoek aan dit kamp afgelopen zomer). Het gedeelte van het boek dat zich in Auschwitz afspeelt bevat ook feiten en cijfers over Auschwitz. De verhalen van de vrouwen worden steeds afgewisseld met feiten over de oorlog. Dit maakt het verhaal wat mij betreft sterker, het komt altijd extra binnen als je weet dat dit niet het enige verhaal is dat er is. Ik zei op een gegeven moment tijdens het lezen tegen Johan dat het verhaal sowieso al heel erg bizar en gruwelijk is, maar dat het nog erger wordt als je je bedenkt dat dit geen fictie is. Dit hebben deze mensen echt moeten doorstaan, ze hebben het echt meegemaakt. Uiteindelijk komen de vrouwen, nadat ze nog een tijd in een fabriek in Freiberg hebben gewerkt, na een vreselijke treinreis aan in Mauthausen. Hier ontsnappen ze ternauwernood aan de dood.

Het verhaal stopt niet als het kamp bevrijd wordt. Er wordt nog veel verteld over hoe het direct na de bevrijding ging. De overlevenden van de kampen hadden grote kans om alsnog te sterven, omdat ze zo enorm ondervoed waren. Er waren luizen, alles was smerig en ze waren vaak ontzettend ziek en op sterven na dood. De bevrijders – Amerikanen – wisten niet goed wat ze aanmoesten met de overlevenden. Iedereen wilde naar huis, maar ze hadden geen geld, vaak alleen de tot op de draad versleten kleding die ze aanhadden in het kamp, geen geboorteaktes en papieren en ga zo maar door. Er werd nauwelijks over de gruwelen gepraat, de mensen moesten maar snel doorgaan met hun leven en de oorlog vergeten. Ik vind het heel goed dat ook aan dit gedeelte, na de oorlog, aandacht wordt besteed. Hier wordt nog wel eens aan voorbijgegaan zo van ‘de oorlog was voorbij, hoera!’ terwijl voor velen de verschrikkingen toen nog niet voorbij waren.

Het verhaal wordt hier en daar ondersteund door foto’s, die de situatie nog extra duidelijk maken. Er wordt verteld over de omstandigheden in de kampen. Het boek bezorgde me regelmatig kippenvel en tranen in mijn ogen. Het is zo vreselijk wat er allemaal is gebeurt, je kan het je nauwelijks voorstellen. Zelfs niet na het lezen van zo’n verhaal.

Ik heb twee fragmenten uitgekozen die volgens mij het verhaal en de afwisseling met de feiten heel duidelijk maken:

‘Sind Sie schwanger, fesche (knappe) Frau?’ De raag aan Priska ging vergezeld van een glimlach terwijl de wijdbeense SS’er haar gefascineerd opnam alsof hij haar als proefkonijn monsterde. Ze aarzelde niet. Snel schudde ze haar hoofd en haar talen kennende beantwoordde ze zijn vraag in het Duits: ‘Nein.’ De SS-officier met het beminnelijke uiterlijk stopte even en staarde de jonge vrouw aan voordat hij verderging. Drie vrouwen verderop kneep hij botweg een vrouw in haar borst. Toen een paar druppels melk verrieden dat ze zeker zestien weker zwanger was, werd ze uit de rij getrokken en in een hoek van de appèlplaats geduwd om zich te voegen bij een huiverend groepje aanstaande moeders. Het lot van hen die die dag door dr. Josef Mengele werden uitgekozen blijft onbekend.’ (Het laat zich natuurlijk wel raden, hoogstwaarschijnlijk zijn deze vrouwen vergast. Of ze mochten onder hele slechte omstandigheden hun zwangerschap volbrengen, waarna Mengele de baby’s gebruikte om zijn verschrikkelijke experimenten op uit te oefenen. Een derde mogelijkheid was dat de vrouwen gedwongen een abortus moesten ondergaan, waarna ze konden werken.)

‘De SS had alle mogelijke manieren om Joden en andere vijanden van het Reich te doden uitgeprobeerd, van uithongering en doodschieten tot verstikking met koolmonoxide, maar deze manieren waren zeer inefficiënt en tijdrovend, terwijl er aan de verbranding van de lijken in greppels kostbare brandstof werd verspild. De nazi-leiding deed er alles aan om een manier te vinden waarmee grote aantallen tegelijk konden worden verdelgd, en dat met zo min mogelijk personeel en tegen zo gering mogelijke kosten. Degenen die later aankwamen kregen de maken met de methode waar de SS de voorkeur aan gaf: vergassing in speciale kamers.’

Na dit fragment volgt er een beschrijving van hoe de gaskamers eruit zagen en hoe het gas werd toegediend. Het duurde soms wel 20 minuten voordat de mensen in de gaskamers om het leven waren gekomen. Het hing er vanaf hoe dicht je bij de spleten stond waar het gas uitkwam. Degenen die het gas toedienden hoorden hen vaak gillen en schreeuwen en op de deuren bonzen, happend naar adem. Gevangenen die zelf later vaak ook ‘door de schoorsteen’ gingen, zoals het werd genoemd, hadden vervolgens de gruwelijke taak om de lijken op te ruimen en de ruimte schoon te maken voordat de volgende groep naar binnen ging.

Het is geen leuk verhaal. Het is zelfs een heel erg vreselijk verhaal waarin details je niet worden bespaard. Als je dit boek leest zul je dat niet met een fijn gevoel doen en het heeft niet echt een happy end. Toch kan ik je aanraden om dit boek te lezen als je het ongelooflijke verhaal van deze drie baby’s die geboren werden in een concentratiekamp tijdens de oorlog, wilt lezen en ook als je nog wat meer wilt leren over de Tweede Wereldoorlog.

Vakantie dag 7: Theresienstadt/Terezín (en een stukje Praag).

Maandag 25 juli 2016 
Vandaag zijn we twee jaar getrouwd ❤ Dat vieren we vanavond met een iets luxer etentje dan de andere dagen – en sowieso vieren we het al doordat we op vakantie zijn. Na het ontbijt zijn we naar Theresienstadt geweest (op ongeveer 60 kilometer van Praag), een gevangenis en doorvoerkamp uit de Tweede Wereldoorlog. Het werd officieel geen concentratiekamp genoemd. Er zaten voornamelijk politieke gevangenen, maar ook Joden en er waren veel kinderen. De meeste mensen werden na een korte periode in dit kamp doorgevoerd naar Auschwitz, twee transporten gingen naar Bergen-Belsen. De mensen die naar deze kampen werden vervoerd werden direct bij aankomst vergast. In Theresienstadt had je nog een kans, ook al was het een kleine, om te overleven. Theresienstadt is overigens de Duitse naam, de Tsjechische naam is Terezín. Het kamp wordt ook wel ‘de kleine vesting’ genoemd. De vesting bestaat namelijk al sinds het einde van de negentiende eeuw en werd dus al langer gebruikt dan alleen in de Tweede Wereldoorlog. Hier is het echter bekend door geworden. Het hele dorp werd bezet door de Duitsers.

In 2005 heb ik ook een bezoek gebracht aan dit kamp en ik wist nog best veel dingen. Het maakt erg veel indruk als je in een dergelijk kamp bent, je proeft nog echt de sfeer en ook vooral de angst, uit die tijd. Heel bizar. We hebben verschillende exposities gezien met informatie, foto’s, persoonlijke spullen en meer. Daarnaast hebben we het kamp bekeken. Het stadje staat verder ook echt in het teken van de Tweede Wereldoorlog. Er is verder vrijwel niets te beleven. Ik heb niet zoveel foto’s gemaakt, omdat ik dat ergens niet heel passend vond. De foto’s brengen ook niet goed de sfeer over vind ik. Eigenlijk moet je er zelf geweest zijn – of in een ander concentratiekamp – om te begrijpen wat ik bedoel.

image-2016-08-06 (19)

Als je van de parkeerplaats naar het kamp loopt, loop je langs deze begraafplaats. Hier zijn 601 graven van mensen die veelal niet geïdentificeerd zijn. Zij zijn geëxecuteerd in Theresienstadt (de meeste door een vuurpeloton, een aantal mensen door middel van ophanging – deze doden zijn allemaal politieke gevangenen, bijvoorbeeld communisten; de Joden werden vervoerd naar andere kampen) en in een massagraf gedumpt. Aan het eind van de oorlog zijn de lichamen opgegraven en herbegraven, ieder voorzien van een steentje, op de begraafplaats. 

image-2016-08-06 image-2016-08-06 (1)

De poort met daarboven ‘Arbeit macht frei’ ken je wellicht uit Auschwitz (alle drie de kampen hadden overigens zo’n poort daar), maar ook in Theresienstadt is de spreuk te vinden.

image-2016-08-06 (2) image-2016-08-06 (3)

We liepen ook door een hele lange, best wel lage, tunnel (ongeveer 500 meter) waardoor de gevangenen ook moesten lopen die vervolgens geëxecuteerd werden op het veld. Het was er kil en donker en aan één kant zaten steeds kleine raampjes waardoor je op het executieveld kon kijken. Je proefde bijna de angst in deze tunnel. Mensen gingen daar hun dood tegemoet en dat wisten ze. Vanaf het executieveld waren verschillende poorten naar verschillende delen van het kamp te zien. Eén ervan zie je op de foto links.

De foto rechts toont een aantal barakken. De mensen zaten vaak opgepropt met slechts één wc en één wasbak met wel 50 mensen – of nog meer – in een kleine ruimte. Echt heel bizar om te zien.

image-2016-08-06 (20) image-2016-08-06 (4)

In één van de musea zagen we verschillende keren een hand op de muur. Iedere keer ging het hek een beetje verder op en aan het eind was het hek helemaal opengebroken en de hand bevrijd. De expositie volgde het verloop van de oorlog en de handen en hekken ook. Dit vond ik erg mooi.

In het dorp waren ook twee musea. Op een gegeven moment werd het ook een beetje teveel, als je al die verhalen leest en persoonlijke spullen en foto’s ziet van onschuldige mensen die hier – of in een ander kamp – zijn omgebracht omdat ze een andere politieke mening of geloof hadden… Dat doet wat met je. Met mij in ieder geval wel. De foto rechts laat één van de indrukwekkendste dingen zien die ik in Theresienstadt heb gezien. De gele vlakken tonen alleen maar namen met geboortedata. Van kinderen. De hele kamer is bedekt met deze namen. Dit zijn de namen van alle kinderen die in dit kamp geweest zijn. Slechts een paar honderd hebben uiteindelijk de oorlog overleefd.

Na ons bezoek (en goede lunch in het restaurant) zijn we naar het hotel gegaan, in plaats van eerst nog naar een kasteel, zoals we van plan waren. Hier kozen we voor omdat het erg warm was en al na 15 uur ’s middags. Na wat opfrissen zijn we de stad Praag nogmaals ingegaan. We hebben lekker rondgelopen en weer veel moois gezien. Op een marktje kocht ik een houten uiltje. In de wijk ‘de kleine zijde’ hebben we het park bij de senaat van het parlement bezocht. Ik zag dit toevallig in de reisgids staan. Het stond niet bij de hoogtepunten, maar ik vind dat je dit park, de Wallensteintuin (op de bordjes, in het Tsjechisch, Valdštejnská zahrada) echt moet bezoeken. Het is namelijk een prachtige plek! Het was heel mooi; met fonteinen, beelden, het paleis met de schilderingen (zie de foto’s), een vijver met koikarpers en watervogels, (witte) pauwen én een volière met 6 oehoes. Dat laatste alleen al vond ik een goede reden om er heen te gaan, want uilen.

Het park ging bijna sluiten dus zijn we op zoek gegaan naar een restaurant. We hebben wat luxer Tsjechisch gegeten op een terras met uitzicht op het water en de Karelsbrug. Heerlijk eten op een prachtige plek, met flinke fooi alsnog maar zo’n €55. Door de mooi verlichte stad waar het nog steeds gezellig druk was zijn we teruggelopen naar de metro. Net voor half 11 waren we weer in het hotel. Het was vandaag opnieuw heel mooi weer en erg warm.

image-2016-08-06 (5) image-2016-08-06 (7)

Moois in Praag… We zagen weer verschillende kerken.
Hier zijn we niet binnen geweest.

image-2016-08-06 (6) image-2016-08-06 (8)

Op de markt, waar we toevallig langsliepen, waren allerlei kraampjes met leuke souvenirtjes (ook met minder leuke trouwens) en eten. Ze hadden ook nog steeds houten vogels die je op kan hangen en waarbij je aan een touwtje kan trekken zodat de vleugels op en neer gaan – die hebben mijn ouders in 2005 voor mij gekocht en ik heb ‘m nog steeds. Nu kocht ik dus alleen een houten uiltje – die komt binnenkort voorbij in het artikel met de souvenirs. Rechts zie je het paleis waar momenteel de senaat van het parlement in zetelt. Erg mooi met de schilderingen.

image-2016-08-06 (9) image-2016-08-06 (10)

image-2016-08-06 (11) image-2016-08-06 (12)

image-2016-08-06 (21)

Een selectie van de vele foto’s die ik maakte van het mooie park. Er stonden ook veel verschillende beelden, die bijna allemaal gemaakt waren door een Nederlandse kunstenaar. En we moesten natuurlijk ook even een fotootje van ons samen maken (valt het je op dat ik nooit het woord ‘selfie’ gebruik? Vind ik stom).

image-2016-08-06 (13) image-2016-08-06 (14)

Toen we richting het restaurant liepen zagen we bij het water heel veel zwanen. Daar gingen we dus even een kijkje nemen. Het uitzicht was overigens ook heel mooi.

image-2016-08-06 (15) image-2016-08-06 (16)

image-2016-08-06 (22)

Nog een foto van het uitzicht bij de zwanen, en rechts zie je ons uitzicht vanaf het terras waar we gegeten hebben. Je kwam daar via een héél smal steegje, waar ik overigens helaas geen foto van heb gemaakt (het was zo smal dat er aan beide kanten een stoplicht stond zodat je wist wanneer je naar boven of beneden kon). Er stond naast het terras ook een hele verzameling gieters, dat vond ik grappig.

image-2016-08-06 (17) image-2016-08-06 (18)

Op het plein met het stadhuis maakte ik nog wat foto’s van de mooi verlichte gebouwen.

Dat was alweer een dag in en om Praag! In het volgende artikel over onze vakantie vertel ik je meer over de dierentuin van Praag, want een bezoekje daaraan kon natuurlijk ook niet ontbreken!